banner_03

Het jongere kind

Kom langs voor behandelingen en advies

Een baby leert al bewegend met zijn benen en armpjes steeds doelgerichter te bewegen. Van hulpeloos naar zelfstandige peuter: de motoriek ontwikkelt zich binnen een jaar spectaculair. Voor deze jonge leeftijdsgroep kan kinderfysiotherapie gewenst zijn. Het kan zijn dat je baby erg slap of juist erg stijf is. Je baby kan de neiging hebben om zich te overstrekken of hij ligt altijd met het hoofd naar één kant gedraaid. Sommige baby’s hebben moeite met het leren omrollen naar de buik, kruipen of staan. We begeleiden ook ouders als hun baby veel huilt en onrustig is.

In onze praktijk kun je terecht voor behandeling en advies bij:

  • Voorkeurshouding
  • Overstrekken
  • Lage spierspanning
  • Veel huilen/ onrustig zijn
  • Trage motorische ontwikkeling
  • Down syndroom of andere genetische aandoening
  • Erbse parese

Voorkeurshouding

Er is sprake van een voorkeurshouding als een baby ¾ van de tijd het hoofd naar 1 kant gedraaid houdt. Hij heeft ook moeite om met de ogen te volgen over de middellijn, naar de niet- voorkeurskant. De beweeglijkheid van de nek is in principe normaal.

Sinds in Nederland, ter preventie van wiegendood, het advies wordt gegeven om zuigelingen op de rug te laten slapen is het aantal baby’s met een voorkeurshouding sterk toegenomen. Eenzijdige positionering in rugligging, rechts (of links)handigheid van de ouders bij de verzorging en voedingsgewoonten hebben invloed op het ontstaan van (schuine) afplatting van de schedel. Bekend is dat kinderen die borstvoeding krijgen minder kans hebben op het ontwikkelen van een voorkeurshouding dan kinderen die flesvoeding krijgen doordat zij meer variatie in houding ervaren. Een vlotte motorische ontwikkeling tot de leeftijd van 7 weken vermindert de kans op het ontwikkelen van schedelasymmetrie door de betere hoofdbalans. Vaker en vroeger beginnen met op de buik liggen onder toezicht en specifieke oefeningen om de motoriek te stimuleren zijn beschermende maatregelen om een rechte rug en een mooie hoofdvorm te behouden.

Wat zijn de gevolgen van een voorkeurshouding?

Omdat de schedel van een baby nog zacht is kan het hoofdje op twee verschillende manieren gaan afplatten:

  • Plagiocephalie (schuine afplatting)

De schedel zal scheef worden aan de kant waar de baby altijd op ligt. Bij een ernstige afplatting verplaatst het oor aan die kant naar voren en het voorhoofd en de wang worden boller. De asymmetrie is dan in het gezicht ook zichtbaar.

  • Brachycephalie

De schedel wordt door het liggen vooral breed aan de achterkant.

Naast de voorkeur van het hoofd naar 1 kant kan ook een asymmetrische houding van de romp (als een banaan) en/ of de heupen bestaan.

Plagiocephalometrie is een meetmethode om de mate van afplatting van de schedel te meten. Met behulp van deze methode kunnen we vastleggen hoe ernstig de afplatting is en kan de vooruitgang (of evt. de achteruitgang) worden beoordeeld.

Waarom wordt kinderfysiotherapie geadviseerd door het consultatiebureau?

Op het consultatiebureau wordt voorlichting en advies gegeven zoals:

  • Laat de baby niet te lang in dezelfde houding liggen/zitten. Overdag onder toezicht meerdere keren zijligging en op iets oudere leeftijd ook buikligging aanbieden
  • Variatie in de houding bij het verzorgen, voeden, dragen en spelen .
  • Benaderen van de niet- voorkeurskant.

 

Wanneer de voorkeurshouding blijft bestaan wordt verwezen naar een kinderfysiotherapeut. Deze onderzoekt de baby en geeft individuele adviezen.

  • Als ouders/ verzorgers leer je hoe je zelf de motorische ontwikkeling van je kind zoveel mogelijk positief kunt beïnvloeden. Wanneer een kind meer gaat bewegen/rollen en de hoofdbalans verbetert, dan wordt de schedel minder belast en vermindert de kans op het ontwikkelen van een afplatting.
  • Je maakt kennis met verschillende manieren om je baby op te pakken en te dragen en verschillende houdingen om te voeden (afwisselend op de linker- en rechterarm, soms juist in symmetrie ).
  • Ook kijken we samen hoe je baby op een ontspannen manier op de zij en op de buik kan liggen.

Soms is er een andere reden waardoor het kind zich asymmetrisch ontwikkelt of wat langzamer is in zijn motorische ontwikkeling zoals bij bijvoorbeeld een lagere spierspanning, overstrekken, een heupafwijking of een geboortetrauma. De kinderfysiotherapeut heeft specifieke kennis en ervaring om dit te herkennen en te behandelen.

Onze specialisten

Neem contact op voor persoonlijk advies
Dieuwke Fennema

Dieuwke Fennema

Fysiotherapeut
Sjoeke van der Tas-Osinga

Sjoeke van der Tas-Osinga

Kinderfysiotherapeut
Gerben Oosterhout

Gerben Oosterhout

Fysiotherapeut / Osteopaat
Anke Visser

Anke Visser

Fysiotherapeut en Psychomotorisch therapeut, ParkinsonNet Therapeut
Son Meessen

Son Meessen

Kinderfysiotherapeut